Purmerend:
In het pitoreske Purmerend,
waar de ratten genoeg kaas kunnen eten.
Gekken rond kwart over 1 's nachts de boel mij mekaar schreeuwen.
Niemand elkaar groet, een dief niet word beboet,
een smeris je wil naaien en de kraaien niet meer kraaien.
Oude mannen die 's ochtends de straten vegen.
Waar zwervers zelfs de weg niet weten.
Purmerend, broertje van Amsterdam,
de Koemarkt kan er ook niks van.
De Neckerstraat, de Hazepolder, Padjedijk, de dievensteeg.
Huizen die niet langer bestaan, Purmerend, mijn stad, voelt leeg.
een eeneiige brei,
eindeloze energie,
menselijke klei, onuitputtelijke euforie
eindeloze patronen
hernieuwen zich, terwijl ons tijd vergaat,
levens verloren maar voor altijd bewaard,
een persoonlijke eeuwigheid gevormd door het al,
samengesmolten in de eeneiige brei van ons heelal.
geef je over
aan het feit van je bestaan
wetend dat je elk moment kan gaan
geef je over
en laat je gaan
prijs het feit van jouw bestaan
ik geef me over
kan ik nu het center van mijn brein vinden en daarin leven even?
kan ik nu het centrum van mijn brein vinden en daarin leven even?
kan ik nu het center van mijn brein vinden en daarin leven even?
genadeloos aan zijn vernieuwing
eindeloos op zoek naar vuur
waar kennis haar zal overhalen
of stennis breken op den duur
als we in de toekomst ons eigen geluk verstrooien
en achter gesloten deuren tot conclusies komen
bestrooit, begeven, verslaafd, opgeheven,
de liefde gevonden die je al je hele leven
zocht en toch,
laat je los.